Morrison is een grappig, ondernemend vijfjarig jongetje met een rijke fantasie. Zo geeft hij zijn pluchen speelgoedkrokodil de schuld van alle ondeugende dingen waarop hij wordt aangesproken. Hij groeit op in een licht chaotisch georganiseerd gezin met een joviale vader en een in deze fase zeer drukke, zwangere moeder. Veel aandacht in de slotfase is er dan ook niet voor Morrison, maar, ondernemend als hij is, trekt hij zijn eigen plan. Als zijn ouders overwegen hem in laatste weken voor de bevalling elders onder te brengen, denkt Morrison dat hij plaats moet maken voor de nieuwe baby. Het ligt niet in zijn aard om dit probleem te bespreken, hij trekt zijn eigen plan. Dit leidt tot grote chaos en paniek. Pas als Morrison later begrijpt dat hij alles verkeerd begrepen heeft, accepteert hij zijn nieuwe zusje liefdevol en wordt hij het liefste broertje van de hele wereld.
De vader van Morrison, Steven (29), is een beetje ruwe bolster, blanke pit type. Hij is joviaal, snel enthousiast en neemt het niet zo nauw met regeltjes. Hij heeft zo zijn eigen ideeën over opvoeding. Zo leert hij zijn vijfjarige zoon autorijden, maar hij sluit hem ook voor korte tijd op in de schuur om hem te straffen. Hij heeft een klein garagebedrijf naast zijn huis.
De moeder van Morrison heet Nina (27). Ze is hoogzwanger en heeft besloten haar dierenpraktijk aan huis voorlopig af te bouwen, zodat ze voldoende aandacht aan haar twee kinderen kan besteden. Door haar afbouwwerkzaamheden en het opknappen van de kinderkamers in deze hoogzwangere periode heeft ze minder aandacht voor Morrison dan gewoonlijk.
De tante van Steven (58) is moeder-overste in een klein klooster niet ver van het huis van Morrison. Tante Zuster is buitengewoon vroom. Ze leeft ingetogen en stelt haar leven geheel in dienst van Jezus. Ze is een groot volgeling van Maria en heeft dan ook het hemelsblauw van het habijt van Maria tot kloosterkleur verklaard. Ze is dol op kinderen, maar vooral op het kindeke Jezus.
Een zwijgzame en daardoor wat mysterieuze man (56), die als conciërge werkzaam is in het klooster. Morrison is bang voor hem, maar hij weet niet waarom. Als Morrison, kijkend naar een van de kruisbeelden, vraagt wie Jezus heeft opgehangen, zegt Vermeulen: 'Ik. Ik doe hier de klusjes in huis.' Daarmee stelt hij Morrison niet bepaald gerust.